Hormonale disbalans in relatie met hoogsensitiviteit

Hormonale disbalans door E-nummers in onze voeding

In mijn artikel “hoogsensitiviteit bestaat niet” nuanceer ik de gedachtegang van Elaine Aron betreffende hoogsensitiviteit. Hoogsensitiviteit als een verzameling van competenties daar kan ik helemaal achter staan. Er zijn nu eenmaal mensen die minder en mensen die meer sensitief. Maar het  “labeltje” hooggevoelig en vooral ook de op internet en in boeken duizenden keren gekopieerde uitspraak dat HSP’ers een gevoeliger zenuwstelsel hebben zijn in mijn besef niet veel anders dan een hoax (broodje aap verhaal). Ik realiseer me goed dat  ik hiermee tegen aardig wat gevoelige benen aan schop. Als dat bij jou ook het  geval is en je hebt de neiging meteen met lezen te stoppen, lees dan vooral door want er zijn wel degelijk steeds meer aanwijzingen over een mogelijke oorzaak van hoogsensitiviteit.

Nu denk je misschien dat ik je toch ga zeggen dat je zenuwen gevoeliger zijn. Nee! maar misschien staan ze wel op scherp. Laten we eerst eens een paar uitgangspunten vastleggen. Ten eerste is de mate van sensitiviteit bij iedereen verschillend net zoals intelligentie of je gehoor of zichtvermogen. Stel je het verschil in sensitiviteit voor als een lijn waarbij je links de mensen hebt die het minst sensitief zijn en aan de rechter kant de mensen die het meest sensitief zijn. De mensen aan de rechter kant mag je wat mij betreft hoogsensitief noemen.

Dan komt er nu een stukje huis, tuin en keukenstatistiek. Als je er vanuit gaat dat 50% van de mensen op het gemiddelde zitten. Dan blijft er zowel links als rechts 25% over. Dat komt al wel erg dicht bij de 20% die Elaine Aron (en anderen) noemen van het percentage mensen dat hoogsensitief is.

laagsensitief

25% laag sensitief

gemiddeld sensitief

50% gemiddeld sensitief

25% hoogsensitief

25% hoog sensitief

 

 

 

 

 

 

Als je dit artikel leest dan neem ik aan dat je jezelf hoogsensitief noemt of geïnteresseerd bent in hoogsensitiviteit. In het eerste geval weet je natuurlijk uit ervaring dat je bij een minderheid hoort. Namelijk 25%  ten opzichte van 75% laagsensitivelingen en de middenmoot. Nu heb je binnen die 25% ook nog allerlei variaties dus de kans dat je je als kind anders dan je vriendjes en vriendinnetjes voelde is vrij groot.

Tot zover niets bijzonders toch. Sensitiviteit als competentie, de een wat meer dan de ander. Als je dan bijvoorbeeld op school of door je ouders vreemd en raar werd gevonden en niemand jou kon uitleggen hoe jij met je gevoel kon omgaan dan zijn er voldoende zaadjes gelegd om op latere leeftijd toch last van je sensitiviteit te krijgen.

Het tweede uitgangspunt is dat je zenuwen hetzelfde zijn als van de andere 75% mensen. Hiermee bedoel ik niet dat iedereen hetzelfde omgaat met de indrukken uit zijn/haar omgeving maar dat je zenuwen biologisch/fysisch gezien hetzelfde zijn. Wel kan het zijn dat je zenuwen door wat andere biochemische processen in je lichaam een hogere of sterkere intensiteit van prikkels hebben (zie de foto’s hierboven)

Hoe dan ook de laatste jaren hoor je steeds meer over hoogsensitiviteit. Enerzijds doordat dezelfde Elaine Aron het heeft beschreven, maar anderzijds lijkt het alsof steeds meer mensen er last van hebben. Wat is er dan anders dan vroeger? We kunnen steeds meer kennis delen en informatie zelf opzoeken. Zo komen we van elkaar meer te weten over hoogsensitiviteit en delen we dat ook weer. We leven ook in een tijd van vervuiling en continue stress. We horen vrijwel continu geluid en overal waar je kijkt is informatie.

Laten we eerlijk zijn de afgelopen 200 jaar waren niet veel beter. De vervuiling tijdens de industriële revolutie (kolen) was nog veel groter en werken in de industrie was gevaarlijk met weinig zekerheden. Twee wereldoorlogen in de eerste helft van de 20e eeuw noem maar op. Mensen kunnen veel hebben, waarom hebben dan nu zoveel mensen last van gevoeligheid?

Ergens na de tweede wereldoorlog lijkt er een verandering te hebben plaats gevonden. Iets dat misschien wel extra sterk van invloed is op die 25% mensen die hoogsensitiever zijn dan het gemiddelde.

Vooral door de zoektocht van mijn vrouw naar een aanpak om meer energie te krijgen zijn we gezonder gaan eten. Persoonlijk kon ik dat vrij snel merken. Op zich kan ik al jaren heel goed met mijn sensitiviteit om gaan. Ik heb een redelijk zware baan met veel verschillende belangen en elke dag rond de twee uur reistijd. Toen we starten met gezondere voeding met vooral veel groente (smoothies), zelf bakken van brood van biologisch meel en het zoveel mogelijk uitbannen van suiker merkte ik dat ik behalve meer energie ook nog beter afstand van negatieve gevoelens kon nemen en me in algemene zin nog lekkerder in m’n vel voelde.

Zo zijn we verder gaan zoeken waarna we wel erg veel informatie over voeding in relatie met hooggevoeligheid konden vinden maar ook veel hetzelfde (gekopieerd) en erg weinig over persoonlijke ervaringen. Ik stel me dan de vraag wat is er waar van die relatie tussen hooggevoeligheid en gemodificeerd voedsel, E-nummers, suiker etc. Een speurtocht verder kom je de invloed van allerlei toevoegingen en gemodificeerd voedsel op hormonen tegen en hoe dit voor een hormonale disbalans kan zorgen. Daar kon ik me veel bij voorstellen. In het verleden heb ik wel eens St Janskruid gebruikt, dat zou goed zijn bij hooggevoeligheid. St Janskruid is ook een stof die op je hormonen van invloed is en eenvoudig te verkrijgen is. En ja het werkt, tot alsnog je grens bereikt wordt, dan komt alles extra heftig binnen. Een tip blijf er vanaf.

Zou de relatie tussen gemodificeerd voedsel, E-nummers, hormonen en sensitiviteit dan toch waar zijn of is dit ook een hype of nog erger een hoax die iedereen kopieert?

Ik heb me verder verdiept in één van de meest voorkomende E-nummers in onze voeding. Dit is een smaakversterker E621. Hier lees je veel negatieve verhalen over maar tegelijkertijd zijn er ook veel deskundigen die dit ontkennen en aangeven dat dit een natuurlijke stof is die ook van nature voorkomt in veel groente.  De invloed van E621 is voor het eerst beschreven in 1968 onder de noemer van het “chinees restaurant syndroom”. Sindsdien zijn we bijna een halve eeuw verder en wordt E621 (zie het plaatje hieronder voor de andere namen) steeds meer gebruikt. Er worden bijwerkingen genoemd van veel dorst, hartritme stoornissen en hyperactiviteit (hypergevoeligheid kom ik niet tegen maar dat zou me niets verwonderen). In onderzoeken wordt niets bewezen en E621 is officieel veilig. Op wikipedia lees je beide kanten van het verhaal.

Daar sta je dan weer als consument. Twee signalen en welke moet je geloven. In dit geval is de oplossing eenvoudig een kwestie van proberen. Gelukkig is het in Nederland nog steeds verplicht om E621 te vermelden op het etiket (als jij ook wilt dat het vermelden van toevoegingen aan ons voedsel verplicht blijft stem dan verder in het artikel “TTIP gevaarlijk voor je gezondheid“). Zo gezegd, zo gedaan van het ene op het andere moment zijn we alle etiketten gaan controleren en hebben we niets meer gekocht met E621 (of de andere benamingen). De voorraad kast uitgespit en ook daar de etiketten bekeken. We dachten dat we al redelijk gezond aten maar vrijwel alles wat bewerkt was tot bouillon blokjes bevatte E621. Na deze opruimactie was er in ieder geval veel kastruimte.

Benieuwd naar het effect van ons experiment? Eerst merkten we niet veel verschil. We voelden ons goed maar hadden meer aan ons eetpatroon veranderd dan alleen het stoppen met E621. Na verloop van tijd   keken we weer wat minder goed op etiketten en kwamen er toch weer wat verpakkingen met E621 in huis. Toen ging het snel. De eerste keer na een avond uit eten. De hele nacht hadden we alletwee dorst en ik kon slecht slapen van de warmte en was helemaal hyper. Een week later hetzelfde met iets wat we thuis aten. Om een lang verhaal kort te maken de link met E621 was snel gelegd. Ons advies;  Wil je snel merken wat E-nummers voor jou doen, gebruik ze dan een periode helemaal niet en daarna een keer wel. Je merkt snel welk effect het heeft op jou. Wij blijven er ondertussen vanaf en voelen ons stukken beter.

Wetenschappelijk bewijs voor de veiligheid van dit stofje of niet, wij hebben geen behoefte aan stoffen die onze zenuwen op scherp zetten. En misschien is dat juist waar onze gevoeligheid in zit, in de manier waarop ongezonde voeding onze hormonen in disbalans brengen met gestreste zenuwen als gevolg.

Succes met het ontgiften!

This entry was posted in General, hooggevoelig, hoogsensitief, hoogsensitiviteit, Hormonen, hsp, voeding, zenuwen and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

Geef een reactie